Bureaucratie hindert mantelzorgers

In de aanloop naar de verkiezingen brengt Eenvandaag kiezer en Kamerlid samen en bespreekt met hen onderwerpen die een rol spelen deze verkiezingen. In deze aflevering van ‘Contract met de kiezer’: mantelzorgers. Het kabinet heeft de afgelopen jaren zich erg gericht op participatie. Familie, buren en vrienden moeten weer meer gaan doen voor hun hulpbehoevende naaste. Daardoor en door de vergrijzing groeit het aantal mantelzorgers. De meesten doen dat uit liefde, maar wat het volgens mantelzorgorganisatie Mezzo zoveel moeilijker maakt is de regeldruk.

Uit onderzoek van Mezzo blijkt dat een mantelzorger gemiddeld drie uur per week bezig is met papierwerk om alle zorg geregeld te krijgen. Volgens Mezzo zorgt dit voor erg veel stress, en is dit ook een belangrijke reden waarom veel mantelzorgers overbelast raken. Inge Kerkhoven is één van die mantelzorgers. Haar 16-jarige dochter Lotte heeft het Rett-syndroom wat ervoor zorgt dat ze meervoudig gehandicapt is en volledig hulpbehoevend. Lang was het volgens Inge allemaal goed geregeld, tot er enkele jaren geleden bezuinigd en gedecentraliseerd werd. Een tijdje heeft ze geen persoonsgebonden budget gehad en slapeloze nachten, omdat ze er gewoonweg niet uit kwam. Voor nu is het allemaal geregeld, maar ze is onzeker over of dat voor volgend jaar ook weer zo is. Inge zou graag meer deskundigheid zien bij de sociale verzekeringsbank, zodat ze beter en sneller geholpen kan worden en onzekerheid weggenomen word. Daarnaast lijkt het haar ook goed als er zoals vroeger iets vaker naar de mens wordt gekeken in plaats van naar de regel.

Wanneer de mantelzorg ontspoort

Zorgen voor een naaste klinkt mooi, moedig en bijna romantisch in de participatiesamenleving die de terugtredende overheid voor ogen heeft. Maar wat als die zorg helemaal niet goed verloopt? Bijvoorbeeld doordat de mantelzorger overbelast raakt of zelf hulpbehoevend wordt, of doordat veel mantelzorgers hulp mijden en de weg niet vinden naar de diverse zorgloketten voor ondersteuning? In de uitzending reportages met verhalen die werden gemeld aan Meldpunt!

Betaalde mantelzorg

Sinds twee jaar is er de ‘participatiesamenleving’. Dat betekent dat we minder bij de overheid aan kunnen kloppen voor hulp en meer een beroep moeten doen op ons eigen netwerk. Zo moeten we ook steeds meer zelf voor naasten zorgen.

Volgens de laatste cijfers van het Sociaal Cultureel Planbureau zijn er maar liefst vier miljoen mantelzorgers die zorgen voor hun familieleden, buren of vrienden. Ondertussen worden we steeds ouder en we werken langer door. Deskundigen verwachten dat de druk die mantelzorgers ervaren alleen maar zal toenemen omdat we steeds langer doorwerken. Het gaat dus om een probleem dat almaar groter lijkt te worden. Is dit allemaal nog te combineren? Wordt de druk op de mantelzorger niet te groot? En vragen we niet teveel van werkgevers die steeds meer mantelzorgers de ruimte moeten geven?

Ondertussen kunnen mantelzorgers betaald worden uit een persoonsgebonden budget (pgb) van een naaste waar ze voor zorgen. Daar is veel discussie over, want is het dan nog wel mantelzorg? Moet er wel voor dit soort zorg betaald worden? Mantelzorgers die fulltime voor een naaste zorgen geven aan dat zij volledig afhankelijk zijn van het pgb. Zonder deze bijdrage kunnen zij niet leven. Daarnaast dragen ze aan dat zorg inkopen via het pgb altijd nog duurder is dan mantelzorg, waar een vergoeding tegenover staat.

In deze uitzending wordt hier dieper op ingegaan. Samen met Per Saldo voerden we een enquête uit onder ruim 2500 houders van een pgb om er achter te komen wat hun ervaringen zijn. Er zijn mantelzorgers die inmiddels besloten hebben om zich niet langer uit het pgb te laten betalen, omdat ze voor de mantelzorg die ze leveren moeten betalen. Ze moeten zoveel belasting betalen over het bedrag dat ze krijgen dat het ze meer kost dan dat ze er voor krijgen. De wereld van de mantelzorg: hoe houdbaar is het op deze manier?

Druk op mantelzorger neemt toe

Ongeveer twee jaar kennen wij nu de ‘participatiesamenleving’. Dat betekent dat we minder bij de overheid aan kunnen kloppen voor hulp en meer een beroep moeten doen op ons eigen netwerk. Zo moeten we ook steeds meer zelf voor naasten zorgen. Volgens de laatste cijfers van het Sociaal Cultureel Planbureau zijn er maar liefst vier miljoen mantelzorgers, die zorgen voor hun familieleden, buren of vrienden.

Ondertussen worden we steeds ouder en werken we langer door. Deskundigen verwachten dat de druk die mantelzorgers ervaren alleen maar zal toenemen omdat we steeds langer doorwerken. Het gaat dus om een probleem dat almaar groter lijkt te worden. Is dit allemaal nog te combineren? Wordt de druk op de mantelzorger niet te groot? En vragen we niet teveel van werkgevers die steeds meer mantelzorgers de ruimte moeten geven?

Zorg om de zorg

In rap tempo sluiten verzorgingshuizen in Nederland de deuren. Ouderen moeten langer thuis blijven wonen en familie en vrienden mogen een handje helpen. De vraag is alleen wat dit alles betekent voor de kwetsbare ouderen in de samenleving. ZEMBLA laat zien hoe mensen die zelf al op leeftijd zijn, veelal ten koste van zichzelf, voor anderen zorgen.

Mevrouw Beijer is 91. Een paar keer per week doet ze de boodschappen voor een alleenstaande vriendin van 88, die dementerend is. ‘Als ik het niet doe, dan verrekt ze. Maar ik ga er wel aan. Ze belt me ook de hele dag op. Stapelgek word ik er van!’

Meneer Sijpestijn (84) verzorgt zijn vrouw. Ze is incontinent, suikerpatiënt en kan hooguit twee meter lopen. ‘Ik was, ik strijk, ik kook, ik help haar op de wc, ik maak het huis schoon. Ik doe het graag, maar voor de toekomst hou ik mijn hart vast.’

Jonge mantelzorgers: helden of slachtoffers

De meeste kinderen in Nederland hebben vanaf een jaar of vier huishoudelijke ‐ of zorgtaken in hun gezin. Veel kinderen en jongeren doen, afhankelijk van hun leeftijd en ontwikkeling, ook wel eens wat meer en nemen belangrijkere taken op zich om het gezin draaiende te houden. Maar ook geruststellen, troosten en wat meer gezelschap houden maken zeker deel uit van de ouder‐kindrelatie. Als de ouders de Nederlandse taal niet machtig zijn, kunnen kinderen bemiddelend en vertalend werk doen voor het gezin. Van sommige kinderen wordt wat meer gevraagd dan van andere, bijvoorbeeld als beide ouders werken of ze met maar een ouder wonen.

Van steeds meer kinderen in Nederland zullen extra taken thuis gevraagd worden omdat het aantal eenoudergezinnen toeneemt (Bucx, 2011) én steeds meer kinde‐ ren ouders boven 50 jaar hebben (CBS, 2010), die wat vaker dan jongere ouders ziek zullen zijn. Andere demografische ontwikkelingen die voor een toenemend beroep op kinderen zullen zorgen, zijn het afnemen van het kindertal in gezinnen en het verspreid wonen van families. Opvallend is dat wetenschappelijk onderzoek naar de verdeling van zorgtaken in gezinnen zich vrijwel exclusief richt op de verde‐ ling tussen mannen en vrouwen. De omvang en de aard van de taken van kinderen in gezinnen zijn bij mijn weten in Nederland nog nooit goed in kaart gebracht. Wat er op dit vlak precies gebeurt in gezinnen en wat normaal en extreem is, weten we dus niet.