Meisje (3) week in Rotterdams huis met dode moeder

Een 3-jarig meisje heeft vorige maand vermoedelijk een week lang naast haar dode moeder in huis gezeten in Rotterdam. Het kind werd op 20 januari gevonden in een woning in het Nieuwe Westen. De 41-jarige vrouw is een natuurlijke dood gestorven. Het meisje maakt het naar omstandigheden goed. Ze is opgevangen in een pleeggezin. De zaak kwam aan het rollen toen de benedenburen last kregen van waterlekkage. Dat water kwam uit de kraan van de bovengelegen woning. Het 3-jarige kind had de kraan aan laten staan toen ze op zoek was gegaan naar eten en drinken.

De buren alarmeerden de huisbaas. Die schakelde de politie in om de deur open te krijgen. Toen werden de dode vrouw, het kind en een hond gevonden. Wethouder Sven de Langen informeerde de gemeenteraad donderdag met een brief. Daarin schrijft hij dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd een onderzoek is gestart. De dood van de vrouw was daarvoor niet bekendgemaakt.

Familie boos

De familie van de dode vrouw is boos op de hulpverlening. “Mijn zus heeft zelf diverse hulpkreten naar diverse instanties gestuurd. Die hebben ons als familie laten weten dat ze erbovenop zaten. Hoe kan dit dan een week onopgemerkt blijven?”, zegt een van de zussen vrijdag tegen RTV Rijnmond. “We hebben alles binnen onze mogelijkheden gedaan om onze zus te helpen”, vervolgt de zus. “Tot gedwongen opname aan toe. Maar helaas weigerde onze zus de laatste tijd al het contact met ons.”

Wethouder De Langen bevestigt dat moeder en dochter in beeld waren bij hulpverleningsinstanties. De familie verwacht een diepgravend onderzoek. “Wij kregen te horen van de kinderbescherming: ‘we hebben de zaak vanwege de rust van de familie buiten de media weten te houden’. Ik denk dat het eerder is geweest om dit onder de pet te houden.”

RTV Rijnmond

Venlo in problemen door hoge kosten jeugdzorg

Grote problemen rond de uit de hand gelopen kosten voor de jeugdzorg in Venlo. Een onvoorzien tekort van 12 miljoen kostte twee wethouders de kop. Een Venloos probleem of kunnen meer gemeenten in Limburg problemen verwachten? Een gesprek met gedeputeerde Marleen van Rijnsbergen, die verantwoordelijk is voor het financieel toezicht bij gemeenten, gezondheidseconoom Wim Groot en Frans Aerts, fractievoorzitter van D66 in Venlo.

Opgevoed door verstandelijk beperkte ouders

In de brugklas van 1991 hebben veel kinderen op school toneel moeten spelen om een vreselijke thuissituatie te verbloemen. Zo wordt Rosita opgevoed door twee ouders die verstandelijk beperkt waren. Ze kreeg te maken met veel huiselijk geweld, moest als klein meisje al voor haar ouders en broertjes zorgen en mocht van haar vader geen huiswerk maken zodat zij niet veel slimmer dan haar ouders zou worden. In haar oude school vertelt zij aan Patrick hoe het klaslokaal voelde als een veilige ontsnapping van thuis. Maar ook over hoe de onvrijheid thuis haar heeft getekend voor het leven.

Rechter: vader mag behandeling niet afdwingen

Advocaat vader aan het woord bij Pauw. De 12-jarige David uit Noord-Holland hoeft geen chemokuur te krijgen als hij dat niet zelf wil. Zijn vader was naar de rechter gestapt om een chemokuur af te dwingen, maar die oordeelde anders.

Een 12-jarige jongen kan volgens de kort gedingrechter in Alkmaar niet worden gedwongen om een chemokuur te ondergaan tegen zijn hersentumor.

De rechter wees een verzoek af van de vader, die juist wel wil dat de jongen wordt behandeld. Wanneer de tumor niet behandeld wordt is de kans 80 procent dat hij terugkomt. Als David wel verder zou gaan met behandeling, is de kans dat de tumor terugkomt gedaald tot 50 procent.

Volgens de wet moeten kinderen tussen de 12 en 16 jaar zelf toestemming geven voor ingrijpende medische behandelingen. Dat betekent dus dat ze die behandelingen ook mogen weigeren. De voorwaarde is wel dat het kind in staat is om de gevolgen van de beslissing te overzien: dat hij wilsbekwaam is.

Volgens de psychiater die de jongen onderzocht, is hij dat. Hij heeft een sterke wil om te leven, maar kan ook nadenken over de dood. De rechter zag daarom geen ruimte om de wil van de jongen terzijde te schuiven.

De gescheiden ouders van de jongen verschilden van mening. De moeder steunde haar zoon, en zocht vooral heil in het alternatieve circuit. Vanwege het meningsverschil tussen de ouders was de jongen onder toezicht geplaatst van jeugdzorg.

De vader van David spande twee weken geleden een kortgeding aan tegen de stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers, die toezicht heeft op het kind. De behandeling vond achter gesloten deuren plaats.

De rechter zei vrijdag „de twijfel bij de vader over de wilsbekwaamheid van het jongetje te begrijpen”, maar „geen ruimte te hebben om in te grijpen.” Volgens hem laten de rapportages over de wilsbekwaamheid van het kind geen enkele ruimte voor twijfel en hebben instanties en artsen rechtmatig gehandeld door het besluit van het kind te respecteren.

Heeft iedereen het recht om kinderen te krijgen?

Heeft iedereen het recht om kinderen te krijgen of moet je sommige vrouwen dwingen tot verplichte anticonceptie? Er ligt inmiddels een nieuw wetsvoorstel dat zegt dat je in sommige gevallen als overheid moet ingrijpen. De Rotterdamse wethouder Hugo de Jonge is voorstander. Hij pleit ervoor om kwetsbare vrouwen te verplichten tot anticonceptie als blijkt dat ouders echt niet voor hun kind kunnen zorgen. De vraag is of dat echt een gelegitimeerde oplossing is? En kunnen hulpverleners misschien nog veel meer doen? Daarover gaat het met Hugo de Jonge, verpleegkundig specialist Connie Rijlaarsdam en medisch ethicus Gert van Dijk.

Waarom lukt het niet om kindermishandeling te voorkomen?


Zo’n 120.000 kinderen in Nederland zijn het slachtoffer van kindermishandeling. Dat zijn ongeveer 533 basisscholen vol. Het oordeel van inspecteurs is iedere keer bedroevend: ‘We hebben onvoldoende gedaan om de veiligheid van dit kind te waarborgen.’ Waarom lukt het instanties niet om de mishandelingen te voorkomen? Bij een melding van kindermishandeling is het van belang om aan waarheidsvinding te doen. Want wat is er precies gebeurd en wie heeft daar welk aandeel in gehad? Dat kan consequenties voor het eventuele uit huis plaatsen van het kind of het toewijzen van het kind aan een ouder. Maar hoe wordt zo’n onderzoek gedaan? Wie zijn daar bij betrokken? En hoe goed verloopt zo’n onderzoek? De Monitor kijkt hoe bij meldingen van kindermishandeling de waarheidsvinding wordt gedaan en hoe het gaat. Enkele tipgevers hebben zich gemeld naar aanleiding van zo’n onderzoek. Want volgens hen is dat niet goed gedaan. Is dat ook zo? Of is het moeilijk om bij gevallen van kindermishandelingen te achterhalen wat nu waar is en wat niet?

Ouderlijke onmacht

De kinderen die bij Yvonne en Bertus Stomphorst worden geboren, worden steeds weer door de kinderrechter uit huis geplaatst omdat de ouders niet in staat zijn hun kinderen op te voeden. Ook hun tweejarige dochter Cynthia wordt in eerste instantie uit huis geplaatst maar in hoger beroep wordt beslist dat zij voorlopig bij haar ouders mag blijven tot er een gedegen onderzoek is gedaan. De ouders worden gevolgd in hun dagelijks leven, tijdens en na de rechtszitting van de kinderrechter in Rotterdam, tijdens een dagje uit naar de dierentuin en de kermis met hun kinderen, tijdens de bezoeken aan hun uit huis geplaatste kinderen die in pleeggezinnen en kindertehuizen verblijven en tijdens gesprekken met de jeugdzorg.

Jeugdzorg onder de loep

23-02-2011  Iedere keer regende het reacties na onze reportages over de Jeugdzorg. De kijkers konden zich vinden in de door EenVandaag geschetste problematiek en worstelden zelf ook vaak met de organisatie. Jeugdzorg heeft zelf nooit gereageerd. “Wij reageren niet op individuele gevallen”, was en is hun commentaar.

Een goede reden voor ons om nu geen individuele zaken te belichten, maar het woord te geven aan mensen die binnen Jeugdzorg werkzaam zijn. We legden ze de veelgehoorde kritiek voor en vroegen hun mening naar de op handen zijnde reorganisatie en naar het functioneren van het instituut waar zij onderdeel van zijn.  

Bureaucratie in de jeugdzorg

Sinds gemeenten Jeugdzorg regelen, moeten kinderen die hulp nodig hebben vaak te lang wachten. Ook krijgen ze in sommige gevallen de verkeerde hulp. Dat stellen Jeugdzorg Nederland, GGZ Nederland en de koepel voor gehandicaptenzorg VGN in een manifest, dat morgen wordt aangeboden in Den Haag. De instellingen binnen de Jeugdzorg hebben daarmee kritiek op de huidige aanpak door gemeenten. Hennie Kenkhuis van Jeugdbescherming Overijssel herkent zich in de kritiek: ook zijn organisatie heeft last van de enorme bureaucratie en de administratieve rompslomp die de overgang van Jeugdzorg naar de gemeenten met zich meebrengt.

“Sinds de verantwoordelijkheid voor de Jeugdzorg bij gemeenten is komen te liggen gaat er veel tijd en energie zitten in het factureren en rapporteren van geleverde diensten”, zegt Kenkhuis. “Het is logisch dat gemeenten willen dat jeugdzorg instellingen financiële verantwoording afleggen, maar het moet en kan efficiënter. Op die manier kunnen onze hulpverleners meer aandacht besteden aan datgene waar het echt om gaat, namelijk goede zorg aan kinderen die dat hard nodig hebben.”
Toch zijn er in zijn optiek zaken die wel goed gaan: “We zijn nog maar twee jaar bezig. Gemeenten moeten ook wennen aan de nieuwe taken en hun weg vinden in de jeugdhulpverlening. Misschien moeten we de transitie van Jeugdzorg naar gemeenten iets meer tijd geven”

Dat vind ook wethouder Maurits von Martels van de gemeente Dalfsen. “Op zich zijn we goed bezig in de regio IJsselland. De elf gemeenten werken goed samen op het gebied van de aanbesteding van de zorg en er zijn geen wachtlijsten. Ik heb ook geen klachten dat kinderen of ouders in ons werkgebied niet goed geholpen worden.” Wat in zijn optiek inderdaad beter kan is de bureaucratische rompslomp, maar daarin hebben de jeugdzorginstellingen zelf ook een taak volgens de wethouder uit Dalfsen. “Er zijn in de regio Zwolle meer dan 250 hulpverlenende instanties op het gebied van Jeugdzorg ook daar is zeker een efficiency slag te maken”, aldus von Martels.

In de optiek van de wethouder draagt het gezamenlijke kritische manifest van de jeugdzorginstellingen, dat morgen in Den Haag wordt aangeboden, niet bij aan de goede onderlinge samenwerking. “Het heeft ook geen nut om de kritiek op de gemeenten in de Tweede Kamer aan te kaarten. De landelijke politiek heeft de Jeugdzorg niet voor niets aan gemeenten gedelegeerd. Het is dus niet handig om de discussie opnieuw in Den Haag op te voeren. We moeten het in de regio’s samen gaan oplossen.”
Hennie Kenkhuis daarentegen is van mening dat het manifest eraan kan bijdragen dat de politiek in Den Haag gemeenten nogmaals op het hart drukt om minder administratieve taken op te leggen en meer aandacht te besteden aan de snelle, directe hulp aan kinderen en ouders in de wijken.