Hoofdofficier: ‘Rood vlaggetje voor verward persoon’

De komende dagen moet Bart van U. zich verantwoorden voor de moord op politica Els Borst en zijn zus. De belangrijkste vraag waarover de rechtbank zich buigt is in hoeverre de Rotterdammer toerekeningsvatbaar is voor zijn daden.

Bart van U. heeft beide moorden bekend. Van U. verklaarde een ‘goddelijke opdracht’ te hebben gekregen om de D66-politica in februari 2014 van het leven te beroven. Volgens de advocate van Van U., Noelle Pieterse, handelde haar cliënt in een opwelling en was er geen plan de oud-minister om het leven te brengen.

Van U. moet zich ook verantwoorden voor de moord op zijn zus Lois in januari 2015. Over deze daad vertelde hij dat hij geen andere keus had dan haar van het leven te beroven. Zij wilde volgens Van U. ‘euthanasie’ op hem plegen.

De vraag is of Van U. toerekeningsvatbaar was ten tijde van de moorden. Deskundigen van het Pieter Baan Centrum oordeelden dat hij verminderd toerekeningsvatbaar was. Zijn advocaat Noëlle Pieterse stelt hier vraagtekens bij. De psychische toestand van Van U. is in 2011 ook onderzocht en toen werd hij volledig ontoerekeningsvatbaar verklaard. Pieterse vindt een celstraf daarom ook niet gepast, zij wil dat hij wordt behandeld.

Bart van U. blijkt al jaren te kampen met ernstige psychiatrische problemen. Zijn familie zit al jaren met de handen in het haar. De man had tijdens de moord op Els Borst in februari 2014 en tijdens de moord op zijn zus, slechts een klein jaar later, eigenlijk achter de tralies moeten zitten.

Van U. werd eerder veroordeeld voor verboden wapenbezit. De rechter concludeerde tijdens deze zitting dat hij een gevaar vormde voor de samenleving en wilde dat hij meteen gevangen werd gezet. Maar omdat de man in beroep ging tegen deze uitspraak heeft hij de dans ontsprongen.

Toch komt Van U. meerdere malen in beeld bij politie, justitie en GGZ. Ook meldt hij zich actief bij de gevangenis en steekt hij vuurwerk af voor een politiebureau. Ondanks zijn geestelijke toestand en zijn straf neemt (of pakt) niemand hem op.

De speciaal in het leven geroepen commissie Hoekstra concludeert dat een opeenstapeling van blunders bij de politie, het Openbaar Ministerie en de GGZ ervoor zorgden dat Van U. niet wordt opgenomen of opgepakt. Er is geen aanpak voor verwarde personen als Van U., die een gevaar vormen voor de samenleving. Die zou er wel moeten komen, aldus de commissie. EenVandaag spreekt met de Amsterdamse hoofdofficier van justitie Theo Hofstee. De hoofdofficier is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de verbeteringspunten van de commissie Hoekstra.

De afgelopen maanden zijn vaker moordzaken voor de rechter gekomen waarin een verwarde persoon de verdachte is. Zo is de schizofrene Vino H. tot TBS met dwangverpleging veroordeeld voor het doodsteken van de Amsterdamse Oma Toni. Afgelopen najaar werd een psychiatrisch patiënt uit Eindhoven veroordeeld tot een soortgelijke straf voor de moord op oud-ijzerhandelaar Lowie van Lent. Ook in deze laatste zaak hebben instanties langs elkaar heen gewerkt.

De Amsterdamse hoofdofficier van justitie Theo Hofstee heeft de leiding over het verbeterprogramma dat het Openbaar Ministerie heeft ingezet na de commissie Hoekstra. Het programma moet erop toezien dat OM, politie en justitie in het vervolg beter samenwerken wanneer een verward persoon in beeld komt. Deze zaken hadden al eerder aangepakt moeten zijn, zegt de hoofdofficier tegen EenVandaag.

Hofstee wil dat personen met psychische problemen die potentieel gevaarlijk zijn een ‘rood vlaggetje’ krijgen. Mensen met zo’n vlaggetje komen in een systeem dat toegankelijk is voor zowel politie, justitie als GGZ. Maatregelen als deze kunnen een “nieuwe Bart van U.” niet voorkomen. “Wel dat wij als we nu iemand in beeld hebben, we hem nauwgezet kunnen volgen tot en met de executie”, aldus hoofdofficier Hofstee.

Hofstee houdt de familie van Van U. op de hoogte over de voortgang van het verbeterprogramma. “Het is begrijpelijk dat de familie geïnteresseerd is, om fouten te voorkomen.”

https://www.npo.nl/eenvandaag/29-03-2016/AT_2047502

De ADHD epidemie

Scholen zetten ouders onder druk om hun kind ADHD-medicatie te geven. Volgens de Wet Passend Onderwijs moeten kinderen met gedragsproblemen zoveel mogelijk naar het reguliere onderwijs. Maar daar neemt de werkdruk toe door de komst van deze nieuwe groep kinderen. Gevolg is dat scholen ouders soms een ultimatum stellen: of medicatie, of uw kind gaat van school.

Volgens vmbo-leraar Boudewijn de Jong is er een relatie met de hoge werkdruk in het onderwijs. Dit zou volgens hem leiden tot een verminderende tolerantie voor druk gedrag. Dat docenten ouders onder druk zetten om hun kinderen te laten diagnosticeren of zelfs te medicaliseren, ziet De Jong dan ook als een noodkreet van het onderwijs. En de zorgen van Boudewijn de Jong worden breed gedeeld.

Uit recent onderzoek van Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) blijkt dat een meerderheid van de leraren grote problemen ervaart bij de uitvoering van het passend onderwijs. Zo zegt 75% van de leerkrachten in het basisonderwijs en 62% van de docenten in het voortgezet onderwijs een hogere werkdruk te ervaren door de invoering van het passend onderwijs. Psychiaters en orthopedagogen bevestigen de door De Jong geschetste ontwikkeling. Zij voelen zich onder druk gezet door scholen om te diagnosticeren.

In de uitzending reageert een van de scholen die een ouderpaar onder druk hebben gezet hun kind medicatie te geven. Twee moeders vertellen over het risico dat ze lopen dat hun kinderen van school worden gestuurd omdat zij hen weigeren medicatie te geven. Hoogleraar pedagogiek Micha de Winter roept op te stoppen met het ‘drogeren’ van onze kinderen en onderwijsjurist Katinka Slump spreekt over ‘kindermishandeling’ en ‘intimidatie van ouders’ en roept de Onderwijsinspectie op tot actie.

http://www.npo.nl/de-monitor/20-03-2016/KN_1677946

Wie vangt Richard op?


Haar zoon Richard (20) was korte tijd dakloos en stond niet op de radar van hulpverleningsinstanties. Tot zijn achttiende kreeg hij jeugdzorg, maar daarna was hij niet langer verplicht zich te melden voor behandelingen voor onder andere zijn wietverslaving.

Toen de situatie thuis uit de hand liep – hij stal meermaals van zijn ouders – zag Gerda geen andere uitweg dan haar zoon op straat te zetten. “Het was een schreeuw om hulp, omdat ik niet meer wist waar ik steun moest zoeken.” Richard leefde in een schuur van een vriend, kon beperkte tijd bij het Leger des Heils terecht en woonde uiteindelijk ook kort in een auto. “Het was fucked up”, zegt hij. “Ik kon moeilijk slapen en had maar weinig eten.”

Vanwege een inbraak en joyriden, kwam Richard in aanraking met de politie. “Op die manier kwam hij ook weer meer in beeld bij zorginstanties”, zegt Gerda. “Als hij niet in contact was gekomen met de reclassering, was het misschien veel slechter afgelopen.” Wat Gerda frustreert is dat een behandeling vaak tijdelijk is. “Richard heeft veel hulp gehad. Jeugdzorg, thuisbegeleiding, de reclassering, afkickklinieken. Hij is op een soort kamp geweest om mensen van hun verslaving af te helpen. Maar dat stopt steeds na een paar maanden en dan moet je weer op zoek naar een nieuwe hulpverlener.”

Ook de overgang naar een nieuwe hulpinstantie is soms lastig, zegt ze. “Er zijn zoveel instanties. En bij iedereen moet je opnieuw een intake te doen, dat moet dan weer in teams besproken worden. Ik heb vier mappen met dat soort gegevens van Richard. Het zou fijn zijn als dat in een computer kan komen en een kind makkelijker kan worden opgenomen.”

Met Richard gaat het nu een stuk beter. Hij woont nu onder begeleiding, waar Gerda blij mee is. “De begeleiders daar doen er alles aan. Ze gaan met ‘m mee naar afspraken, ze doen echt hun best.”

Richard: “Het is fijn daar. Ik heb mijn eigen plekje en krijg weer wat structuur. Ik hoop dat ik zaken op orde kan krijgen en op den duur mijn eigen huis kan betalen. En ik hoop een baan te vinden in de autotechniek.”

De band tussen Richard en zijn moeder is weer een stuk beter. “Hij zei laatst tegen me: als jij er niet was geweest was ik waarschijnlijk een zware crimineel geweest. Dat deed me toch wel goed.”

http://nos.nl/op3/artikel/2130896-ik-dacht-belgische-jordy-had-mijn-zoon-kunnen-zijn.html

Gebruik ADHD-medicatie in 10 jaar tijd verviervoudigd: hoe kan dit?

In de afgelopen 10 jaar is het gebruik van ADHD-medicatie verviervoudigd. In Nederland slikken momenteel ruim 250 duizend mensen pillen tegen hyperactiviteit, impulsiviteit of een korte aandachtsspanne. Is deze toename medisch gerechtvaardigd of zijn we doorgedraaid in het vaststellen van ADHD?

We kijken naar het gebruik van ADHD-pillen onder kinderen. Leraren, ouders en artsen geven hun mening over het medicijn, we spreken voor- en tegenstanders. Op welke leeftijd wordt het voorgeschreven en hoe lang wordt het gebruikt? Wanneer krijg je het medicijn en welke medische conclusies moeten dan worden getrokken? En als het gebruik zo groot is, wordt er goed toezicht gehouden? Enkele tipgevers, waaronder ouders, geven aan dat ze soms moeite hebben met hoe snel er door leraren wordt doorverwezen naar de huisarts of psycholoog. Een druk kind heeft al snel ADHD. Hoe kan dat? En hoe snel wordt op medisch gebied dan ook de conclusie getrokken?

Hoe gaan gemeenten om met privacy bij de uitvoering van de nieuwe Jeugdwet?

Sinds dit jaar zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdhulp. Jeugdzorg en jeugd-ggz worden dus niet meer vanuit het rijk aangeboden en betaald, maar vanuit het dorp of de stad waar je woont. Het lijkt erop dat in sommige gemeenten niet zorgvuldig wordt omgegaan met de medische gegevens van kinderen en jongeren die jeugdhulp krijgen. Er zijn zelfs verhalen waarbij vijftien ambtenaren, zonder medische achtergrond, het medische dossier van één jongere hebben ingezien.

Wie bepaalt bij de gemeente of een kind jeugdhulp krijgt: is dat een arts of een ambtenaar? Welke gegevens worden daarvoor ingezien? En wat gebeurt er met de medische gegevens die de gemeente in handen heeft? We onderzochten hoe gemeenten omgaan met privacy bij het uitvoeren van de nieuwe jeugdwet.

Opnieuw GGZ-patiënt voor de rechter voor moord

GGZ-instellingen in Brabant faalden in de begeleiding en toezicht van een verwarde patiënt uit Eindhoven die vandaag voor de rechter staat op verdenking van de gewelddadige dood van de 71-jarige Lowie van Lent uit Den Bosch, in september vorig jaar. Tot die conclusie komt de Inspectie voor de Gezondheidszorg in een nog niet openbaar gemaakt rapport dat in handen is van EenVandaag.

De 24-jarige Eindhovenaar werd in een crisissituatie verkeerd beoordeeld en ten onrechte de straat opgestuurd zonder behandeling, concludeert de Inspectie in het Rapport Calamiteitenonderzoek Reinier van Arkel, juni 2015. Daarmee is opnieuw sprake van beoordelingsfouten in de begeleiding van een verwarde persoon, met fatale gevolgen, zoals eerder gebeurde in de zaak Els Borst.

De verdachte D., een verwarde man uit Eindhoven, lijdt aan psychoses en is daarvoor sinds 2013 in behandeling bij Brabantse instellingen voor geestelijke gezondheidszorg. Op 4 september 2014 roepen zijn pleegouders de hulp van de crisisdienst in omdat hij gewelddadig wordt. Agenten overmeesteren hem thuis met pepperspray en nemen hem mee naar het bureau. Daar beoordeelt een psychiatrisch verpleegkundige hem en concludeert na een kort onderzoek dat D. geen gevaar voor zichzelf of zijn omgeving zal zijn. Hij wordt de straat opgestuurd. Een paar uur later wordt hij aangehouden in verwarde toestand in een invalidenwagen op de snelweg. Het wagentje is van oud-ijzerhandelaar Lowie van Lent uit Den Bosch, die met geweld om het leven blijkt te zijn gebracht. De politie start een onderzoek en D. komt in beeld als verdachte.

Uit het rapport van de Inspectie voor de Gezondheidszorg blijkt dat de beoordeling van de situatie op bijna alle punten fout is gegaan. De zorginstellingen negeerden noodkreten van de pleegouders, het dossier was niet op orde, informatie over een vervroegd ontslag van de patiënt uit een GGZ-instelling ontbrak, de crisisdienst deed een te oppervlakkig onderzoek. De hele keten van zorg functioneerde niet naar behoren, aldus de Inspectie. “De inspectie is van oordeel dat de kwaliteit van de (organisatie van de) zorg, zoals door de crisisdienst is geboden, onvoldoende was.”

De Inspectie nam de zaak zo hoog op dat er vervolgonderzoek is gedaan naar wat er misging in de hele keten aan instanties die de man volgden. Want de 24-jarige patiënt blijkt ook te vroeg vrijgelaten uit een behandelinstelling. Op last van de rechter wordt hij begin 2014 in de gevangenis gezet en daarna opgenomen voor behandeling in een GGZ-instelling in Oost-Brabant. Dat gebeurt nadat hij een agent had aangevallen in verwarde toestand. De GGZ-instelling stuurt hem na een paar maanden alweer naar huis met een lichte vorm van ambulante behandeling. De pleegouders dringen aan op een intensieve behandeling, maar dat wordt genegeerd.

De Reinier van Arkel Groep, waaronder de crisisdienst valt die D. beoordeelde, heeft een eigen intern onderzoek gedaan en naar aanleiding van het Inspectierapport een verbeterplan opgesteld. Ook zegt de instelling sinds juli aan betere communicatie te werken tussen de GGZ, politie, justitie en gemeente in een speciaal project.

In EenVandaag een reportage over deze verontrustende zaak en de fouten in het zorgsysteem die de Inspectie constateert. Wat ging er mis en waarom werd de Eindhovenaar niet geholpen en vastgehouden? En waarom luisterde niemand naar de noodkreet van de pleegouders? Advocaat Tjalling van der Goot noemt de zaak een tragisch noodlot dat voorkomen had kunnen worden. “Er zijn aantoonbaar fouten gemaakt in het toezicht. Net als bij eerdere incidenten waarbij verwarde personen betrokken waren.” Hoogleraar forensische psychatrie Hjalmar van Marle noemt de zaak ‘schokkend’ en vindt betere samenwerking tussen zorginstellingen ‘urgent en noodzakelijk’.

Aantal verwarde mensen op straat neemt toe

Het aantal verwarde mensen op straat neemt toe, stellen politie en hulpverleners. Maar komt dat door bezuinigingen in de zorg waardoor verwarde mensen minder makkelijk worden opgenomen? Of zijn er andere mogelijke oorzaken?

En belangrijker nog is hoe je daar als buurt nu het beste mee om kan gaan. Zijn buren wel betrokken genoeg om een psychotische buurman op tijd op te merken en hulp te vragen zodat hij later niet in paniek het dak op klimt en door de politie ervan af gehaald moet worden?

EenVandaag ging de straat op, op zoek naar antwoorden. We spreken Gerrit van de Kamp van politiebond ACP en volgen Michael Willemsen, psychiatrisch verpleegkundige van GGD Amsterdam, en Dylan Price, straatwerker bij het Leger des Heils.

Kinderen met Kopzorgen

Dat kinderen psychische problemen hebben is bijna normaal geworden: in elke klas zitten wel meisjes en jongens met ADHD of een autismespectrumstoornis als PDD-NOS – zelfs de afkortingen raken ingeburgerd. Het is ook vanzelfsprekender geworden om voor dergelijke klachten hulp te zoeken. In deze documentaire laat Ingeborg Jansen het dagelijkse werk zien van een aantal behandelaars van de jeugdafdeling van Riagg Rijnmond.

In het contact van de behandelaars met kinderen en hun ouders komen vragen aan de orde als: hoe ga je als ouder om met een kind met een psychiatrische stoornis; wat zijn de voor- en nadelen van diagnostisering en wat vraagt de veeleisende samenleving van de huidige opvoeders? Hoe kunnen kinderen met een stoornis – en hun ouders – geholpen worden en wat zegt de toename van ‘kinderen met een diagnose’ over de huidige maatschappij?