‘Meerouderschap moet geregeld in de wet’

Deelouderschap moet worden geregeld in de wet. Dat vindt homorechtenorganisatie COC. Een kind kan nu voor de wet maar twee ouders hebben, maar steeds meer kinderen hebben drie of zelfs vier ouders. Dit komt met name voor bij homo-ouderstellen. Cijfers zijn er niet, maar schattingen lopen op tot duizenden gezinnen en dit neemt steeds meer toe. COC Nederland pleit ervoor deze ouders dezelfde rechten te geven als ‘gewone’ ouders.

Er zijn volgens het COC verschillende problemen waarmee meeroudergezinnen kampen: als de ‘officiële’ ouders wegvallen bij een scheiding of overlijden, is het onzeker of het kind verder mag worden opgevoed door z’n derde of vierde ouder. De derde en vierde ouder worden niet erkend door de wet, en dat levert veel praktische problemen op: van belastingen tot het tekenen van een schoolbriefje en bezoeken van een ouderavond.

Er zijn ook argumenten tegen meerouderschap. Machteld Vonk van de Universiteit Leiden heeft onderzoek gedaan in British Colombia in Canada, waar sinds 2013 de mogelijkheid bestaat om met drie personen ouder te zijn. Een mogelijk conflict kan problemen veroorzaken: “Wat als er ruzie komt? Op grond waarvan moet de rechter beslissen? Moet die dan alsnog twee ouders aanwijzen? De rechter zal op dit moment kijken naar family life, dus hoe de verdeling van de zorg tussen de ouders in de praktijk is, en naar afspraken die de ouders hebben vastgelegd.”

Kind van de rekening

Judith Stoker is pleegmoeder van twee jongens en een meisje, tieners die al jarenlang bij haar opgroeien. Ze is stomverbaasd als ze eind mei te horen krijgt dat de zorg voor de drie pleegkinderen te duur is geworden. Althans, dat vindt jeugdzorg organisatie Horizon. 

Judith runt met haar man voor Horizon een projectgezin, waar pleegkinderen wonen die door hun complexe gedrag eigenlijk naar een instelling moeten maar met de juiste begeleiding tóch in een gezin kunnen opgroeien. Dat is beter voor de kinderen en bovendien goedkoper. Toch besluit Horizon om deze gezinshuizen, waar meer dan dertig kwetsbare kinderen wonen, te sluiten. ZEMBLA onderzoekt hoe dat kan. 

De zorg voor pleegkinderen wordt gefinancierd door gemeenten. Elke gemeente mag, na een aanbesteding, zelf bepalen welke organisatie de pleegzorg voor haar rekening gaat nemen. ZEMBLA onderzoekt de gevolgen van die marktwerking voor de zorg en ondersteuning van pleegkinderen. Judith Stoker strijdt ondertussen om de kinderen onder geen beding de dupe te laten worden van deze ‘centenkwestie’.

Verwarde mensen (2)

In de eerste aflevering over ons dossier Verwarde mensen ging het over de stijging van het aantal verwarde mensen. Alleen al in 2015 kreeg de politie 65.000 meldingen binnen over mensen die een verwarde indruk maakten. Een stijging van 65 procent ten opzichte van vijf jaar geleden. Sinds de bezuinigingen op de geestelijke gezondheidszorg is het aantal incidenten waar verwarde mensen bij betrokken zijn toegenomen.

Soms kunnen deze personen een gevaar vormen voor hun omgeving of voor zichzelf. Overheidsinstanties zitten met hun handen in het haar als het gaat om de aanpak van deze mensen. Hoe zorgen we ervoor dat ze goed geholpen kunnen worden en dat ze ondertussen geen schade kunnen veroorzaken? Wie zijn deze verwarde mensen? Hoe worden ze begeleid en is de geboden hulp voldoende?

In de tweede aflevering wordt een casus rond een verwarde man uitgelicht. Jarenlang heeft zijn familie geschreeuwd om hulp. Tevergeefs. En op het moment dat de instanties met elkaar moeten gaan samenwerken, omdat het uit de hand dreigt te lopen met de man, is het te laat. We reconstrueren hoe het zover kon komen, hoe de aanpak tekortschoot en spreken met familieleden, instanties, hulpverleners en politie.

Chronisch zieken en gehandicapten onder Rutte 1 en 2

Chronisch zieken en gehandicapten zwaar gekort. Chronisch zieken en gehandicapten zijn er de afgelopen vijf jaar onder de kabinetten Rutte I en II financieel zwaar op achteruit gegaan. Ze zagen hun zorgkosten in die periode verdubbelen. Dat meldt het Nibud, het instituut voor budgetvoorlichting. * Blog: Ooit was Prinsjesdag op vrijdag. Die Derde Dinsdag in september is pas iets van de laatste jaren. Even afgezien van de kalender kon je eerder spreken over de Derde Vrijdag in September. *

Verwarde mensen (1)

Fietsende man van A7 gehaald.’ ‘Verwarde man maakt de buurt wakker en belt negen keer 112.’ ‘Verwarde vrouw vernielt balkon.’ We horen het steeds vaker: er is een verwarde man of vrouw gesignaleerd. Alleen al in 2015 kreeg de politie 65.000 meldingen binnen over mensen die een verwarde indruk maakten. Een stijging van 65 procent ten opzichte van vijf jaar geleden. Sinds de bezuinigingen op de geestelijke gezondheidszorg is het aantal incidenten waar verwarde mensen bij betrokken zijn toegenomen.

Soms kunnen deze personen een gevaar vormen voor hun omgeving of voor zichzelf. Overheidsinstanties zitten met hun handen in het haar als het gaat om de aanpak van deze mensen. Hoe zorgen we ervoor dat ze goed geholpen kunnen worden en dat ze ondertussen geen schade kunnen veroorzaken? Wie zijn deze verwarde mensen? Hoe worden ze begeleid en is de geboden hulp voldoende? We kregen diverse tips uit het werkveld. Allen trekken aan de bel. De aanpak schiet tekort, terwijl het probleem steeds groter wordt. We duiken in de wereld van de verwarde mensen en spreken met familieleden, instanties, hulpverleners en politie.

Richard woonde in een auto

Het nieuws van de dakloze Jordy (19), die onlangs door ondervoeding stierf in een natuurgebied, raakte in België een gevoelige snaar. Ook Gerda uit Almere was geraakt door het incident: “Ik dacht: ook mijn zoon had op die manier eenzaam in een tentje kunnen eindigen.”

Haar zoon Richard (20) was net als Jordy korte tijd dakloos en stond niet op de radar van hulpverleningsinstanties. Tot zijn achttiende kreeg hij jeugdzorg, maar daarna was hij niet langer verplicht zich te melden voor behandelingen voor onder andere zijn wietverslaving. Toen de situatie thuis uit de hand liep – hij stal meermaals van zijn ouders – zag Gerda geen andere uitweg dan haar zoon op straat te zetten. “Het was een schreeuw om hulp, omdat ik niet meer wist waar ik steun moest zoeken.”

Richard leefde in een schuur van een vriend, kon beperkte tijd bij het Leger des Heils terecht en woonde uiteindelijk ook kort in een auto. “Het was fucked up”, zegt hij. “Ik kon moeilijk slapen en had maar weinig eten.” Vanwege een inbraak en joyriden, kwam Richard in aanraking met de politie. “Op die manier kwam hij ook weer meer in beeld bij zorginstanties”, zegt Gerda. “Als hij niet in contact was gekomen met de reclassering, was het misschien veel slechter afgelopen.”

Wat Gerda frustreert is dat een behandeling vaak tijdelijk is. “Richard heeft veel hulp gehad. Jeugdzorg, thuisbegeleiding, de reclassering, afkickklinieken. Hij is op een soort kamp geweest om mensen van hun verslaving af te helpen. Maar dat stopt steeds na een paar maanden en dan moet je weer op zoek naar een nieuwe hulpverlener.” Ook de overgang naar een nieuwe hulpinstantie is soms lastig, zegt ze. “Er zijn zoveel instanties. En bij iedereen moet je opnieuw een intake te doen, dat moet dan weer in teams besproken worden. Ik heb vier mappen met dat soort gegevens van Richard. Het zou fijn zijn als dat in een computer kan komen en een kind makkelijker kan worden opgenomen.”

Met Jordy liep het niet goed af, met Richard gaat het nu een stuk beter. Hij woont nu onder begeleiding, waar Gerda blij mee is. “De begeleiders daar doen er alles aan. Ze gaan met ‘m mee naar afspraken, ze doen echt hun best.” Richard: “Het is fijn daar. Ik heb mijn eigen plekje en krijg weer wat structuur. Ik hoop dat ik zaken op orde kan krijgen en op den duur mijn eigen huis kan betalen. En ik hoop een baan te vinden in de autotechniek.” De band tussen Richard en zijn moeder is weer een stuk beter. “Hij zei laatst tegen me: als jij er niet was geweest was ik waarschijnlijk een zware crimineel geweest. Dat deed me toch wel goed.”

Jongen uit instelling sterft alleen in tentje (België)

In een tentje in het Gentse recreatiedomein Blaarmeersen vond een wandelaar zaterdag het levenloze lichaam van de 19-jarige Jordy B. Volgens verschillende kranten stierf de jongen door ontbering een eenzame dood, maar dat kan het parket voorlopig nog niet bevestigen. Volgens begeleiders en vrienden schort er duidelijk iets aan de opvolging van jongeren die de jeugdzorg verlaten.

Jordy B. (19) uit Ninove woonde al een tijd in een tentje aan de Blaarmeersen, nadat hij na vijftien jaar uit de jeugdinstelling Ter Muren in Erembodegem vertrok. Door een moeilijke thuissituatie verbleef hij ook nog even in een pleeggezin, maar op zijn achttiende verjaardag mocht hij van de jeugdrechter, als hij dat wou, de instelling verlaten. Jordy was echter nog niet klaar om op eigen benen te staan. “Voor tal van jongeren voelt zo’n vertrek uit de instelling na al die jaren aan als een bevrijding”, reageert zijn begeleider in Het Nieuwsblad. “Ook al zijn jongeren als Jordy daar psychologisch en financieel niet klaar voor.”

Zijn begeleider uit Ter Muren is erg aangedaan over de dood van de jongen. Hij werd zaterdag door een wandelaar dood teruggevonden in een tentje tussen de struiken in recreatiedomein Blaarmeersen. Jordy rookte wel eens marihuana en experimenteerde met het snuiven van aanstekersgas, vertelt de man in Het Nieuwsblad. Na een misdrijf kwam hij zelfs niet voor de jeugdrechter en omdat hij ‘slechts’ licht autistisch was, kreeg hij niet de nodige hulp. “Zo viel hij telkens tussen de mazen van het net, een problematische vaststelling”, zegt de begeleider.

De aangeboden hulp van het crisisinterventiecentrum De Sleutel in Gent sloeg Jordy af, waardoor hij op straat terechtkwam. Ook zijn sociale contacten stelden niet veel meer voor en zijn moeder en vader keken al lang niet meer om naar de jongen. Wellicht stierf Jordy zaterdag moederziel alleen in het struikgewas van de Blaarmeersen. “In een moderne, goed functionerende samenleving heb je straathoekwerkers die de problemen van daklozen opvolgen. Er zou een soort doorgangshuis moeten zijn voor (probleem)jongeren tot 25 jaar die eten krijgen en begeleiding. Jordy’s dood is een voorbeeld van een stilgevallen hulp­verlening en jammer genoeg geen alleenstaand geval. We hebben als maatschappij collectief gefaald”, reageert zijn begeleider nog in het Nieuwsblad.

Voorlopig kan het parket nog niets zeggen over de precieze doodsoorzaak van de jongeman: “Wij hebben een autopsie gevraagd en momenteel is er nog geen doodsoorzaak gekend. We kunnen uit de eerste bevindingen van de autopsie wel uitsluiten dat het om geweld gaat. Maar de precieze doodsoorzaak hebben we dus nog niet, daarvoor moeten we de volledige resultaten afwachten”, aldus Caroline Jonckers van het parket van Gent.

Volgens een vriendin was Jordy de voorbije maanden erg neerslachtig. Dat blijkt ook uit tal van berichten op Facebook.

Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn (CD&V), betreurt het drama, maar zegt wel dat de hulpverleners niks te verwijten valt. “Vlaanderen neemt voldoende maatregelen om te voorkomen dat kwetsbare jongeren na hun achttiende aan hun lot worden overgelaten.” “Het is bijzonder tragisch en we moeten alles doen om dit soort drama’s te voorkomen”, reageert Jo Vandeurzen. “Als je minderjarig bent, val je onder de integrale jeugdhulp. De rechter kan dan een beslissing opleggen. Maar als je meerderjarig wordt, kies je zelf of je ingaat op het aanbod van hulp.”

“Ik denk dat heel wat jeugdinstellingen in Vlaanderen jonge mensen echt wel voorbereiden. Ze proberen samen op zoek te gaan naar een nieuwe woonst, werk enzovoort. Maar we moeten aanklampend zijn en we mogen hen zeker niet loslaten. Ook als de jongeren niet spontaan bereid zijn om op dat hulpaanbod in te gaan”, aldus Vandeurzen.

Volgens Peter Jan Bogaert van het Vlaams Agentschap Jongerenwelzijn blijven jongeren uit de jeugdhulp erg kwetsbaar na hun achttiende. “Uit onderzoek blijkt dat deze jongeren vaker te maken hebben met dakloosheid, structurele werkloosheid en kansarmoede. We proberen daar natuurlijk alles aan te doen. Maar vanaf achttien jaar weigeren velen die voortgezette hulp, door een drang naar autonomie. Bogaert stelt “een terugvalpositie” voor wanneer de jongeren zelfstandig gaan leven. “Als het dan weer wat moeilijker gaat, kunnen ze altijd terug naar een veilig plekje in de sociale voorziening.”