Zorgen over vrije keus van vrouwen geboortezorg

In een brandbrief die ze deze week versturen roepen zeven organisaties minister Schippers op om pas op de plaats te maken. Schippers wil de geboortezorg op een nieuwe manier gaan bekostigen. Dat wil het ministerie van Volksgezondheid al jaren, maar de plannen worden steeds concreter. De onrust in de sector neemt daardoor toe.

Linda is gesprongen

In de vroege avond van 31 december 2015 springt Linda van Oosterbaan voor het oog van buiten spelende kinderen van de flat waarin ze woont. Ze overlijdt ter plekke. Linda had een borderline persoonlijkheidsstoornis en psychotische klachten. In het verleden is ze herhaaldelijk gedwongen opgenomen in psychiatrische instellingen.

Sinds het voorjaar van 2015 wordt ze thuis behandeld door GGZ Breburg. De laatste weken van haar leven gaat het heel erg slecht met Linda. Politie en ambulance moeten een paar keer per week voor haar uitrukken. Ze doet meerdere zelfmoordpogingen of dreigt daarmee. Ze rent zelfs een keer de snelweg op. Ze geeft bij GGZ Breburg regelmatig aan dat ze hulp nodig heeft en opgenomen wil worden. Ook haar moeder en zus dringen daar veelvuldig op aan. Maar GGZ Breburg weigert.

De instelling heeft besloten dat het voor Linda beter is als ze eigen verantwoordelijkheid neemt voor haar leven. Daarmee neemt GGZ Breburg bewust een risico. Sally (5) zag Linda vallen en slaapt sindsdien slecht. Ook op school gaat het niet goed. In 2015 meldt de politie bijna zesenzestig duizend incidenten waarbij verwarde personen zijn betrokken. Sinds 2011 is een stijging van 65 procent gerapporteerd.

Zembla onderzoekt: waar ligt de grens van de eigen verantwoordelijkheid die de GGZ patiënten als Linda geeft? En wie is verantwoordelijk voor de maatschappelijke schade die ontstaat als de GGZ een psychiatrische patiënt niet wil opnemen?

Isala ziekenhuis opent vondelingenkamer

Morgen wordt de eerste vondelingkamer in een ziekenhuis geopend, in het Isala Ziekenhuis in Zwolle. In Overijssel Vandaag vertelt Annemarie hoe het is om een vondeling te zijn. Haar moeder liet haar 41 jaar geleden achter bij een weeshuis in Combia.

Vondelingenkamer wil mogelijkheid tot anoniem bevallen.

Vorige week werd voor het eerst een baby overdragen aan vrijwilligers van de Stichting Beschermde Wieg in Groningen. De moeder wist zich geen raad met haar baby en belde daarom de stichting. Een van de vrijwilligers heeft de moeder in contact gebracht met een verloskundige, waarna het kindje is overgedragen aan het Martini Ziekenhuis.

“Haal mij hier weg!”

De commissie de Winter, ingesteld door het kabinet, concludeert vandaag dat onderzoek naar geweld in de jeugdzorg haalbaar én zinvol is. Elisa Teulings en Ineke Teisman werden jarenlang mishandeld….

Een jeugd zonder zorg

Een jeugd zonder zorg. Geslagen, vernederd en misbruikt terwijl je als kind onder bescherming van de overheid staat. Een reportage over zwarte bladzijden uit de recente geschiedenis.

“Wij hebben juist een misdaad voorkomen”

Barbara Muller, oprichtster Beschermde Wieg, hangt misschien een straf boven het hoofd, omdat zij een te vondeling gelegd kind heeft opgevangen.

Hoe hebben jullie deze moeder geholpen?
“Ze belde ons noodnummer terwijl de bevalling in volle gang was. Wij hebben meteen een verloskundige haar kant op gestuurd, die haar heeft geholpen thuis te bevallen. Vervolgens heeft de moeder afstand gedaan van het kindje, dat vervolgens door de verloskundige naar de kamer in Groningen is gebracht.”

Hoeveel vondelingenkamers zijn er in Nederland?
“Anderhalf jaar geleden hebben we vier vondelingenkamers geopend, bij mensen thuis. In Middelburg, Oudenbosch, Groningen en Papendrecht. Op 25 mei opent een vijfde locatie in het Isala ziekenhuis in Zwolle.”

Is dit de eerste keer dat jullie en moeder in nood helpen?
“Nee, wij hebben in anderhalf jaar tijd al drie keer eerder voorkomen dat een vrouw haar pasgeboren baby te vondeling legt. Zij belden bijvoorbeeld een paar dagen voor de bevalling omdat ze van plan waren hun kindje naar een van de vondelingenkamers te brengen, die baby’s zouden anders ergens in de berm worden gelegd. Zij zijn uiteindelijk veilig in het ziekenhuis bevallen, op kosten van de stichting.”

Mooi, maar eigenlijk is dit verboden?
“Ja, wij zijn ook officieel verdachten nu. Maar ik ben niet bang voor de gevolgen. Dit is een daad uit liefde en zorg, deze kinderen zouden anders misschien ergens sterven in een berm. Dan kun je toch niet met een straf gaan zwaaien?”

En de Afstammingswet dan?
“Omdat een kind recht heeft om te weten waar het vandaan komt, is er de Afstemmingswet inderdaad. Daarom heeft de verloskundige de gegevens van de moeder laten registreren bij een notaris. Wij weten verder niets en die notaris kan zich beroepen op z’n verschoningsrecht. Zo zijn we gedekt. De moeder heeft ook nog zes maanden de tijd om terug te komen op haar beslissing. Maar ik strijd nog steeds voor een wetswijziging, waardoor de hulp die wij bieden niet meer verboden is, zoals in veel landen in de EU.”

Hoe vaak wordt er gebruik gemaakt van het noodnummer?
“Wij hebben in anderhalf jaar tijd zo’n honderd vrouwen aan de lijn gehad en geholpen. Maar eigenlijk zijn dat er te weinig. Ik weet dat er nog veel meer vrouwen in nood zijn, die ons nog niet weten te vinden.”

Wat voor vrouwen zijn het die jullie bellen?
“Vrouwen kloppen bij ons aan om allerlei redenen. Dat kan incest zijn of eergerelateerd geweld. Maar ook bijvoorbeeld vrouwen die om financiële redenen niet zelf voor hun kindje kunnen zorgen.”

En dat allemaal anoniem?
“Ja, wij zijn de enige organisatie in Nederland die anonimiteit garandeert. Al hangt ons een straf boven ons hoofd, wij zullen nooit de gegevens van de moeder geven. Die heb ik niet eens. In de kamers kan de moeder haar gegevens achterlaten. Ons doel is in principe wel om met de moeder in contact te komen en haar en het kindje te helpen. Maar dat is haar eigen keuze.”

Kinderombudsman; studielening moet schenking zijn voor arme gezinnen

De studielening moet voor studenten uit arme gezinnen weer veranderen in een schenking. Dat zegt kinderombudsman Margrite Kalverboer. Volgens haar is dat een van de maatregelen die nodig zijn om kinderen uit arme gezinnen een betere toekomst te geven.

Kalverboer reageert op nieuwe cijfers van het CBS, waaruit blijkt dat bijna een op de acht kinderen in Nederland opgroeit in een gezin met een laag inkomen. Ze is geschrokken van dat cijfer, zegt ze in het actualiteitenprogramma Nieuws & Co.

De grens die het CBS gebruikt voor een laag inkomen is afhankelijk van de gezinssamenstelling. Zo lag die grens in 2014 voor een stel met twee kinderen op 1920 euro netto per maand.

“Met name omdat het aantal groeit. Het opgroeien in armoede is voor kinderen slecht, ook voor hun toekomstperspectief. Je ziet vaak dat armoede van generatie op generatie gaat. Kinderen kunnen zich er aan ontworstelen, maar dat kunnen ze niet alleen. Er is steun van buitenaf nodig.”

Sinds de invoering van het leenstelsel moeten studerende jongeren een lening afsluiten die ze na hun studie, als ze geld verdienen, moeten terugbetalen. Naast die lening is er nog een aanvullende beurs van maximaal 365 euro per maand voor jongeren met ouders die een laag inkomen hebben. De aanvullende beurs wordt omgezet in een gift, als een student binnen tien jaar zijn diploma haalt.

Kalverboer wil dat studenten uit arme gezinnen al het geld dat ze voor hun studie nodig hebben kunnen krijgen, en niet meer hoeven te lenen. Zo zouden hun toekomstkansen verbeteren, zegt de Ombudsman. “Zodat ze een goede opleiding kunnen volgen en vervolgens werk vinden. Daar is meer voor nodig dan een kind naar school sturen en tegen de docent zeggen: let een beetje op.”

De Kinderombudsman ziet een verband tussen de invoering van het leenstelsel en de daling van het aantal eerstejaarsstudenten. Voor kwetsbare groepen is de drempel om een studielening af te sluiten hoger. “Mensen die het financieel makkelijker hebben, lenen ook wat makkelijker.”

Volgens Kalverboer is er naast ingrijpen in het leenstelsel nog veel meer nodig. “Kinderen die in armoede opgroeien zijn vaker sociaal geïsoleerd. Het is niet alleen die basisbeurs, je moet ook al eerder voorwaarden scheppen zodat ze goed de school doorkomen. Een leerkracht moet weten wat er met een kind aan de hand is. Maar daarna moet er ook ondersteuning zijn voor de begeleiding van het kind. “