De ADHD epidemie

Scholen zetten ouders onder druk om hun kind ADHD-medicatie te geven. Volgens de Wet Passend Onderwijs moeten kinderen met gedragsproblemen zoveel mogelijk naar het reguliere onderwijs. Maar daar neemt de werkdruk toe door de komst van deze nieuwe groep kinderen. Gevolg is dat scholen ouders soms een ultimatum stellen: of medicatie, of uw kind gaat van school.

Volgens vmbo-leraar Boudewijn de Jong is er een relatie met de hoge werkdruk in het onderwijs. Dit zou volgens hem leiden tot een verminderende tolerantie voor druk gedrag. Dat docenten ouders onder druk zetten om hun kinderen te laten diagnosticeren of zelfs te medicaliseren, ziet De Jong dan ook als een noodkreet van het onderwijs. En de zorgen van Boudewijn de Jong worden breed gedeeld.

Uit recent onderzoek van Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) blijkt dat een meerderheid van de leraren grote problemen ervaart bij de uitvoering van het passend onderwijs. Zo zegt 75% van de leerkrachten in het basisonderwijs en 62% van de docenten in het voortgezet onderwijs een hogere werkdruk te ervaren door de invoering van het passend onderwijs. Psychiaters en orthopedagogen bevestigen de door De Jong geschetste ontwikkeling. Zij voelen zich onder druk gezet door scholen om te diagnosticeren.

In de uitzending reageert een van de scholen die een ouderpaar onder druk hebben gezet hun kind medicatie te geven. Twee moeders vertellen over het risico dat ze lopen dat hun kinderen van school worden gestuurd omdat zij hen weigeren medicatie te geven. Hoogleraar pedagogiek Micha de Winter roept op te stoppen met het ‘drogeren’ van onze kinderen en onderwijsjurist Katinka Slump spreekt over ‘kindermishandeling’ en ‘intimidatie van ouders’ en roept de Onderwijsinspectie op tot actie.

http://www.npo.nl/de-monitor/20-03-2016/KN_1677946

Ouders onder druk gezet om hun kind ADHD-medicatie te geven

In onze tweede uitzending over ‘de ADHD-epidemie?’: scholen die ADHD-medicatie als voorwaarde stellen om een kind toe te laten op school en ouders die voor de keuze worden gesteld: of medicatie of uw kind moet naar het speciaal onderwijs.​ ​Gaan scholen hier niet de schreef over?

In de afgelopen tien jaar is het gebruik van ADHD-medicatie verviervoudigd. Ruim 250 duizend mensen in Nederland slikken momenteel pillen tegen​ ​hyperactiviteit, impulsiviteit of een korte aandachtsspanne. In ons dossier ‘de ADHD-epidemie?’ ​onderzoeken wij de de vraag: zijn er steeds meer kinderen met ADHD of hebben wij als maatschappij, opvoeders en onderwijzers steeds meer last van druk en impulsief gedrag?

Na onze eerste uitzending​ ​werde​n​ we overladen met reacties van verontruste mensen. Tientallen ouders schrijven ons dat ze zich onder druk gezet voelen door school om hun kind te laten testen op ADHD. In sommige gevallen worden er door scholen zelfs ultimatums gesteld: of medicatie of naar het speciaal onderwijs. Zo lezen we in een brief van school die gericht is aan de ouders van een kind met gedragsproblemen:

‘De vertegenwoordigers van de school adviseren dringend tot het inzetten van medicatie. (…) Indien dit niet het geval is, dan moet buiten de school naar een vervolgtraject worden omgezien.’

Ook ontvangen we een opmerkelijk geluidsfragment​ i​n de mail. We horen een ouder, orthopedagoog en mentor met elkaar in gesprek over het probleemgedrag van een kind. Dat zou op school dusdanig uit de hand lopen, dat er nog maar een oplossing lijkt te zijn: of medicatie of naar het speciaal onderwijs.​ ​Maar medicatie is geen optie voor deze jongen​, vinden de ouders​. Bij eerder gebruik was al gebleken dat de jongen erg veel last had van bijwerkingen​.​ ​Tegelijkertijd willen de ouders hem niet ​naar het speciaal onderwijs ​laten afstromen. Een duivels dilemma.

Wie vangt Richard op?


Haar zoon Richard (20) was korte tijd dakloos en stond niet op de radar van hulpverleningsinstanties. Tot zijn achttiende kreeg hij jeugdzorg, maar daarna was hij niet langer verplicht zich te melden voor behandelingen voor onder andere zijn wietverslaving.

Toen de situatie thuis uit de hand liep – hij stal meermaals van zijn ouders – zag Gerda geen andere uitweg dan haar zoon op straat te zetten. “Het was een schreeuw om hulp, omdat ik niet meer wist waar ik steun moest zoeken.” Richard leefde in een schuur van een vriend, kon beperkte tijd bij het Leger des Heils terecht en woonde uiteindelijk ook kort in een auto. “Het was fucked up”, zegt hij. “Ik kon moeilijk slapen en had maar weinig eten.”

Vanwege een inbraak en joyriden, kwam Richard in aanraking met de politie. “Op die manier kwam hij ook weer meer in beeld bij zorginstanties”, zegt Gerda. “Als hij niet in contact was gekomen met de reclassering, was het misschien veel slechter afgelopen.” Wat Gerda frustreert is dat een behandeling vaak tijdelijk is. “Richard heeft veel hulp gehad. Jeugdzorg, thuisbegeleiding, de reclassering, afkickklinieken. Hij is op een soort kamp geweest om mensen van hun verslaving af te helpen. Maar dat stopt steeds na een paar maanden en dan moet je weer op zoek naar een nieuwe hulpverlener.”

Ook de overgang naar een nieuwe hulpinstantie is soms lastig, zegt ze. “Er zijn zoveel instanties. En bij iedereen moet je opnieuw een intake te doen, dat moet dan weer in teams besproken worden. Ik heb vier mappen met dat soort gegevens van Richard. Het zou fijn zijn als dat in een computer kan komen en een kind makkelijker kan worden opgenomen.”

Met Richard gaat het nu een stuk beter. Hij woont nu onder begeleiding, waar Gerda blij mee is. “De begeleiders daar doen er alles aan. Ze gaan met ‘m mee naar afspraken, ze doen echt hun best.”

Richard: “Het is fijn daar. Ik heb mijn eigen plekje en krijg weer wat structuur. Ik hoop dat ik zaken op orde kan krijgen en op den duur mijn eigen huis kan betalen. En ik hoop een baan te vinden in de autotechniek.”

De band tussen Richard en zijn moeder is weer een stuk beter. “Hij zei laatst tegen me: als jij er niet was geweest was ik waarschijnlijk een zware crimineel geweest. Dat deed me toch wel goed.”

http://nos.nl/op3/artikel/2130896-ik-dacht-belgische-jordy-had-mijn-zoon-kunnen-zijn.html