Jeugdzorg neemt kind niet serieus

Een groot deel van de jongeren dat te maken heeft met de jeugdzorg vindt dat ze niet serieus genomen wordt. Dat blijkt uit een onderzoek van Defence for Children. Bijna driekwart van hen zegt dat de gezinsvoogd niet goed bereikbaar is, 60 procent geeft aan niet met een deskundige te hebben gesproken voor ze uit huis werden geplaatst.

 Volgens Defence for Children voelen de jongeren zich vaak niet serieus genomen door medewerkers van jeugdzorg. Een van de jongeren schrijft: “Ik zou willen dat je wat meer inspraak hebt als jongere, soms kan het niet dat snap ik, maar het zou fijn zijn als er wel serieus naar je geluisterd wordt, of het in ieder geval in overweging genomen wordt”.

De jongeren zeggen ook dat ze willen dat de gezinsvoogd vaker komt, hun naam kent en afspraken nakomt. Het onderzoek is vandaag aangeboden aan Tweede Kamerlid Pierre Heijnen van de werkgroep Toekomstverkenning jeugdzorg. Defence for Children heeft dit onderzoek gedaan omdat ze vindt dat jongeren te weinig zijn gehoord bij de evaluatie van de jeugdzorg.

Etiketkinderen

Ben je als kind dromerig, bewegelijk, onhandig, brutaal of gewoon wat slechter in taal en rekenen? Dan loop je grote kans op een etiket. Scholen, psychologen en psychiaters plakken zich een ongeluk.

Ben je als kind ongeconcentreerd, bewegelijk, druk, onhandig, of gewoon wat slechter in taal en rekenen? Dan is de kans groot dat je een etiket krijgt. Zo is er bijvoorbeeld ADHD, ADD, DCD en dyslexie. Psychiatrische aandoeningen die omschreven worden in DSM IV, het diagnostisch handboek voor psychiaters wereldwijd. Er is in Nederland bijna geen schoolklas meer te vinden zonder een kind met een etiket. Hoe komt dit?

30 jaar geleden waren er nauwelijks kinderen met etiketten in de klas. Historica Angela Crott onderzocht hoe opvoedboeken van de afgelopen eeuw het gedrag van jongens in de klas beschrijven in haar proefschrift: ‘Van hoop des vaderlands naar ADHD’er.’ Volgens Crott werd gedrag dat we nu zien als afwijkend, vroeger gezien als normaal jongensgedrag: ‘Nu wordt het gedrag vooral op school gezien als lastig.’

Paul Helders is emeritus hoogleraar kinderfysiotherapie. Hij heeft jarenlang kinderen in zijn spreekkamer gezien van wie de ouders vermoeden dat er psychisch en lichamelijk iets mee is omdat ouders steeds meer het perfecte kind verwachten. Helders: ‘Er is zeker ADHD, er is zeker dyslexie, er is zeker DCD, asperger, you name it. It’s real, het is geen flauwekul. De vraag is of het er in die enorme omvang is.’ Emeritus professor Helders waarschuwt ervoor dat kinderen zich niet allemaal in hetzelfde tempo ontwikkelen en dat kinderen daar niet meer de tijd voor krijgen.

Directeur Herman Godlieb van basisschool ‘de Linde’ in Nieuwe Pekela zit al 38 jaar in het onderwijs. Volgens Godlieb is de overheid de afgelopen jaren meer eisen gaan stellen aan de toets-scores van scholen. Scholen en kinderen staan hierdoor onder druk waardoor meer kinderen gezien worden als probleem. ‘Vandaag de dag ligt er die massieve druk van er moet gepresteerd worden. Dus is er ook de druk vanuit school om dat heel goed te bekijken en extern onderzoek aan te vragen om precies te weten of wij er alles uit halen wat er in zit.’ Uit het extern onderzoek volgt vaak een etiket.

Scholen krijgen veel folders van bureau’s die onderzoeken en therapieën aanbieden. Antoinette Schildkamp, directeur van basisschool ‘het Zeggelt’ in Enschede, wordt overspoeld met brochures: ‘De folders en mailtjes die ik wekelijks binnenkrijg, het is heel erg. Het maakt niet uit welke stoornis of welk probleem een kind heeft, voor ieder probleem is een therapeut te vinden.’

Laura Batstra is psycholoog, en docent en onderzoeker aan de Universiteit van Groningen. Ze waarschuwt in wetenschappelijke publicaties voor de groei van het aantal kinderen met een psychiatrisch label. Ze werkte een aantal jaar in de kinderpsychiatrie, en zag hoe steeds meer kinderen, met wie in haar ogen niet veel mis was, toch een psychiatrisch etiket kregen. Batstra is bezorgd over de effecten van etiketten op kinderen: ‘Dan geef je het kind toch de boodschap: Er hapert iets aan jou, er mankeert iets aan jou.’ Ze vindt dat er te hoge eisen worden gesteld aan kinderen, waar steeds meer kinderen niet aan kunnen voldoen: ‘We leven in een hele veeleisende maatschappij. We vragen op school heel veel van kinderen. Ze moeten planmatig kunnen werken, ze moeten samen kunnen werken op jonge leeftijd, ze moeten hun emoties in bedwang kunnen houden en ze moeten ook nog als het even kan hoog scoren op cito-toetsen.’

Waarom stoppen pleegouders met pleegzorg

Veel pleegouders stoppen na een korte tijd weer met pleegzorg. Terwijl het aantal pleegkinderen de afgelopen 10 jaar juist verdubbeld is, van 10.000 naar meer dan 20.000 kinderen per jaar. Hoe komt het dat zoveel pleegouders er zo snel weer meer stoppen? De Universiteit Leiden heeft hier onderzoek naar gedaan in samenwerking met de Stichting Pleegwijzer en de Nederlandse Vereniging van Pleeggezinnen. In EenVandaag bespreken we de onderzoeksresultaten. Vanavond in EenVandaag een reactie van twee (ex)pleeggezinnen en van Jeugdzorg Nederland

De Kinderombudsman- intervieuw

Voor kinderombudsman Marc Dullaert (Zutphen, 1963) is het belangrijkste perspectief dat van het kwetsbare kind. Het woord lotsbestemming spreekt hem bijzonder aan in de teksten van Paulo Coelho.

De Kinderombudsman- intervieuw

Voor kinderombudsman Marc Dullaert (Zutphen, 1963) is het belangrijkste perspectief dat van het kwetsbare kind. Het woord lotsbestemming spreekt hem bijzonder aan in de teksten van Paulo Coelho.