De zaak Pascal

29-06-2008   Pascal werd op 30 april 2007 in Noord-Holland op gewelddadige wijze om het leven gebracht door twee mannen, die inmiddels zijn veroordeeld tot lange gevangenisstraffen. Naar aanleiding van een verzoek van de vader van Pascal heeft de Nationale ombudsman onderzoek gedaan naar het handelen van de afdeling jeugd reclassering van Bureau Jeugdzorg Noord-Holland, waar Pascal onder toezicht stond ten tijde van de moord.

De Nationale ombudsman beoordeelt het handelen van Bureau Jeugdzorg aan de hand van de drie doelstellingen die in een plan van aanpak voor Pascal waren geformuleerd: 1) Pascal zou meewerken aan de benodigde hulpverlening; 2) hij zou naar school gaan en 3) hij zou niet recidiveren of drugs gebruiken. De Nationale ombudsman stelt dat:

1) Bureau Jeugdzorg niet voortvarend genoeg is geweest in het realiseren van de juiste hulpverlening, te weten activerende gezinsbegeleiding in de thuissituatie. Het aanmelden voor deze behandeling duurde te lang. Bovendien nam het indicatietraject veel tijd in beslag.
2) Bureau Jeugdzorg in eerste instantie voortvarend is opgetreden in het realiseren van een dagbesteding, te weten een goede opleiding. Toen Pascal na verloop van tijd begon te spijbelen, is niet voortvarend genoeg gereageerd. Tevens wordt geconcludeerd dat andere betrokken instanties in de keten (onder andere het Openbaar Ministerie en de Raad voor de
Kinderbescherming) te laat zijn ingeschakeld. Tot slot wordt in dit verband geconstateerd dat er een melding werd gedaan bij de leerplichtambtenaar, maar dat dat niet tot een reactie heeft geleid.
3) Bureau Jeugdzorg niet actief genoeg reageerde op signalen dat Pascal weer in drugs handelde en zelf gebruikte. Bureau Jeugdzorg heeft in strijd met het vereiste van actieve en adequate informatieverwerving gehandeld. De Nationale ombudsman concludeert dat de hulpverlening aan Pascal door verschillende omstandigheden niet tijdig op gang is gekomen en wijt dat aan een gebrek aan resultaatgerichtheid en onvoldoende controle op realisatie van de gestelde doelen. Tevens wordt geconcludeerd dat ook andere partijen in de keten signalen ontvingen, maar om verschillende redenen geen actie ondernamen die van belang bleken te zijn. Ieder leverde zijn aandeel volgens het boekje, maar van effectieve, op elkaar afgestemde begeleiding van Pascal kwam niets terecht. In deze complexe keten is geen regiefunctie te herkennen, aldus de Nationale ombudsman.